donderdag 8 januari 2009

Werkstuk Structuur

De voorlopige opzet voor dit artikel zal zijn: (sub argumenten en hoofd argumenten volgen nog)

Inleiding
In de inleiding zal besproken worden welke onderzoeksvragen en deelvragen er aan bod komen. Er zal geschreven worden over de maatschappelijke en wetenschappelijke verantwoording van het onderwerp en gekeken worden naar eerder onderzoek dat gedaan is met betrekking tot het onderwerp. De hoofdvraag zal uiteindelijk beantwoord worden aan de hand van individuele, interpersoonlijke en collectieve identiteitsvorming.

Operationalisering van de begrippen.
Tijdens de operationalisatie zullen begrippen als ‘mmorpg’, ‘identiteit’, ‘avatar’ ‘guild’ en ‘character’ aan bod komen. Deze zal ik vervolgens onderbouwen met citaten uit eerdere onderzoeken en artikelen.

  1. Identiteits theorieën. Welke verschillende theorieën heersen er rondom het onderwerp en welke zijn bruikbaar in het geval van deze game?
  2. In-game begrippen. Wat zijn mmorpg’s, avatars, characters, guild, enz.

Individuele Identiteitsvorming.
Tijdens dit hoofdstuk zal ik ingaan op de individuele identiteitsvorming. Ik zal mij daarbij verdiepen in het kiezen van de character. Wat zijn de redenen dat iemand voor de Horde, dan wel de Alliance kiest, hangt dit samen met het uiterlijk van de characters enz. Ook zal ik kijken naar de algemene mogelijkheden die men heeft met betrekking tot het kiezen van de character.

  1. Het kiezen van een character. In hoeverre heeft het uiterlijk van de character invloed op de gebruiker en waarom kiest iemand voor dit uiterlijk? Maakt men bewust de keuze voor Horde of Alliance en zo ja heeft dit te maken met het uiterlijk van deze characters? Zijn er ook veel gebruikers die kiezen voor een andere sekse en waarom doen ze dit?
  2. Het kiezen van een naam. In hoeverre kiest men bewust voor een naam, gezien deze naam het enige element is binnen het spel dat volledig zelf samen te stellen is. Zijn er restricties en gevolgen aan deze naamkeuze?
  3. Het kiezen van een speelstijl. Welke speel stijlen zijn er en verschillen deze stijlen veel van elkaar? Hebben ze ook een eventueel effect op de offline identiteit en experimenteren gebruikers ook met speel stijlen?
  4. Deel conclusie. In hoeverre heeft de individuele speelstijl ruimte om de identiteit te exploreren en maken spelers hier ook gebruik van?

Interpersoonlijke Identiteitsvorming.
In dit hoofdstuk zal ik verder ingaan op inter persoonlijke identiteitsformatie. Welke mogelijkheden biedt het spel tot samenspelen en wat gebeurt hierdoor met de persoonlijke identiteit. Zo hebben verschillende spelers een andere speelstijl waarbij ze juist wel of niet willen samenspelen met anderen. In hoeverre heeft dit samenspel effect op de identiteit? Is deze keuze bewust of onbewust?

  1. Sociale Identiteitstheorie. In hoeverre heeft het groepsgevoel effect op de identiteit?
  2. Computer Mediated Communication. In hoeverre is het makkelijker om online om te gaan met anderen?
  3. Deel conclusie


Collectieve Identiteitsvorming.
In dit laatste hoofdstuk zal ik verder ingaan op het onderscheid tussen Horde en Alliance. Wat brengt de keuze voor een van deze kanten met zich mee en waarom kiezen spelers daadwerkelijk voor een kant. Ook wil ik hier ingaan op guilds en hoe deze guilds zichzelf reguleren met de mogelijkheid tot identiteitsvorming. Deze identiteitsformatie zal plaats kunnen vinden doordat bepaalde spelers die zich anders gedragen dan de andere guildleden, uit de guild gegooid zouden kunnen worden. Ook is het mogelijk dat het idee van bij een guild horen een gevoel van zekerheid of saamhorigheid kan creëren.
  1. Guild en identiteitsformatie. Heeft het behoren tot een bepaalde Guild ook een effect op hoe men de eigen identiteit/status ziet? Welke invloed kan een Guild allemaal hebben op een character? Welke regels binnen de Guild zorgen voor het ‘groepsgevoel’?
  2. Deel conclusie

Conclusie
In dit laatste hoofdstuk zal ik daadwerkelijk een eenduidig antwoord geven op de hoofdvraag: “Welke mogelijkheden biedt World of Warcraft tot identiteitsexploratie en in hoeverre wordt hier gebruik van gemaakt?”. Ik zal hierbij gebruik maken van de deelconclusies die in de vorige 3 hoofdstukken gemaakt zijn.

Geen opmerkingen: